A Song Adrift, 2011

The video introduces a young man standing in a corn field next to a dismantled light house at the crack of dawn. He’s holding a flashlight while signaling the prologue1 of Homer’s Odyssey in morse sign language2. Once, this man-made landscape, in which we find him, used to host the Zuiderzee and a refuge haven (Kraggenburg) for those seeking shelter from the storms at sea. Now, not far from the site, an asylum centre shelters those who seek refuge from overseas. This is where she encountered upon the protagonist of ‘A Song Adrift’.

 

For this project Wiersma resided as artist-in-residence at Studio MakkinkBey in the Noordoostpolder, from where she researched and mapped the greater area through texts, photography3and workshops taking James Agee’s book ‘Let us now praise famous men’ as her departure to study the language of this pioneering landscape in motion. On the occassion of ‘Mapping Flevoland’ Wiersma was interviewed by Sandra Jongenelen.4

 

 

 

  1. Sing in me, Muse, and through me tell the story
    of that man skilled in all ways of contending,
    the wanderer, harried for years on end,
    after he plundered the stronghold
    on the proud height of Troy.
    He saw the townlands
    and learned the minds of many distant men,
    and weathered many bitter nights and days
    in his deep heart at sea, while he fought only
    to save his life, to bring his shipmates home.
    But not by will nor valor could he save them,
    for their own recklessness destroyed them all —
    children and fools, they killed and feasted on
    the cattle of Lord Hêlios, the Sun,
    and he who moves all day through the heaven
    took from their eyes the dawn of their return.

  2. Schermafbeelding 2016-03-22 om 18.12.36First line of Homer’s Odyssey in morse sign language.
  3. 3_OostvaardersplassenWiersmaMan-made wilderness, Flevopolder, Image Yeb Wiersma, 2011.
  4. ASongAdrift_makingoffSome extracts of the interview with Sandra Jongenelen (in Dutch);

    SJ: Wat trof je nog meer aan in de Polder?
    YW: Ik zag mensen tegen de wind in fietsen; mensen die niet op weg waren naar hun werk, maar zich onzeker door het landschap bewogen. Het bleken de bewoners van het AZC in Luttelgeest. Daar ontmoette ik een jongeman. Hij was rond de vijfentwintig en vertelde me over zijn zwerftocht vanuit Eritrea.

     

    SJ: Hoe raakte hij in Luttelgeest verzeild?
    YW: Via een dagenlange tocht door de woestijn van Libië, in het gezelschap van een mensenhandelaar, die hem voortdurend bedreigde en om meer geld vroeg, arriveerde hij angstig, hongerig in de buurt van Tripoli en wist een plek op een vluchtelingenboot te bemachtigen. Onderweg bij twee stormen sloegen mensen overboord. Voor de kust van Lampedusa – een eiland bij Italië – brak de boot en moest hij naar de kust zwemmen. Hij wilde naar Europa en kwam na omzwervingen en tegenslagen, toevallig terecht in Nederland, spoelde aan in Luttelgeest. Zijn curriculum had opvallend veel gelijkenissen met fictieve, eeuwenoude verhalen zoals het epos van Homerus over de zwerftocht van Odysseus. Of denk aan de gedichtenreeks Tristia van Ovidius. Deze jongeman met mythische proporties wandelde zomaar het verhaal binnen. Ook hij is een pionier, een durfal à la de eerste boeren die zich hier vestigden.

     

    Komt hij voor in jouw installatie? – In de video zie je hem buiten in het donker. Het wordt bijna licht. Hij staat in een weiland dat vroeger in de zee lag, naast de onttakelde vuurtoren van Oud- Kraggenburg, met in zijn hand een nautische zaklamp. Daarmee seint hij de proloog, de inleiding van Homerus’ Odysseus in morsetekens. Hij vertelt zijn eigen belevenissen niet letterlijk, maar treedt op als een soort alwetende verteller. Fictie is soms een betere manier om de werkelijkheid te vangen dan de werkelijkheid zelf. Zo krijgt zijn persoonlijk verhaal een grootser perspectief, een literaire bedding. Ik koos voor de nacht – net vóór zonsopgang – het blauwe ‘schemer’ uur. Uit de nacht ontvouwt zich een hels verhaal.